Township tales: Felicia Esau

6 minuten

“Waarom kom ik toch altijd in dit soort situaties terecht?” dacht ik bij mezelf, terwijl ik in de minibus onderweg naar het township gehoorzaam nog een plekje opschoof en daarmee letterlijk vol op iemands schoot ging zitten. In mijn totale aanwezigheid probeerde ik zo relaxed mogelijk over te komen. “Ik ga elke dag op wildvreemden hun schoot zitten, no big deal” terwijl ik semi-nonchalant uit het stoffige raampje tuurde om te zien of ik al iets herkende. Ik voelde de ogen in mijn rug branden. Na wat een half uur leek te zijn, zette ik mijn trots opzij en vroeg ik of we al bijna bij het politiebureau in Manenberg waren. Met dat ik het vroeg, stopten we voor een gebouw dat leek op.. ja: een politiebureau. “Shit. Had ik nou toch maar even gewacht. ”

Ik woonde op dit moment al zo’n vier maanden in Kaapstad, Zuid-Afrika en vond dat het wel eens tijd werd om die andere kant van deze maar al te mooie Mothercity te zien. Waarom niet eens naar een township? En dan niet met zo’n tour waarbij je met z’n vierentwintigen gaat aapjes kijken. Toen ik had besloten dit te willen en het aan vrienden vertelde, verklaarden ze mij voor gek. “Niet doen, je wordt nog neergeschoten! Je hebt daar toch niets te zoeken?” De blik van één van mijn huisgenoten zal ik nooit meer vergeten: alsof ik net had toegegeven dat ik stiekem half mens, half Android ben. Maar ze hadden het verkeerd. Ik had er wel degelijk iets te zoeken. Een heel wijs en inspirerend meisje: Felicia Esau.


Township
Voor wie niet bekend is met townships; kort een geschiedenislesje waarmee ik deze rijke, ontzettend interessante en relevante geschiedenis absoluut geen eer aan doe. Wellicht interessant voor een volgende keer. Maar voor nu:

Een township is een woongebied aan de rand van de stad, waar niet-blanken tijdens het apartheidsregime naartoe verbannen werden. Zij mochten van nu af aan niet meer in de stad wonen, want dit was een privilege geworden van blanken; toenmalige onderdrukkers. Een voorbeeld hiervan is District Six, toentertijd een bruisende wijk in het centrum van Kaapstad waar mensen van verschillende etniciteiten woonden: blacks, whites, coloureds, Xhosa’s, Indiërs.. Echter, deze wijk werd onder de Group Areas Act een whites-only gebied verklaard en in 1966 vonden de eerste verwijderingen plaats. Hierbij kwam het voor dat mensen zonder waarschuwing of aanleiding  ’s nachts werden wakkergeschud en te horen kregen dat ze hun spullen moesten pakken. Ze zouden verhuizen naar een gebied dat nu bekend staat als de Cape flats. In deze Cape flats bevinden zich vandaag de dag de Cape flats townships waaronder Khayelitsha, Gugulethu, Langa, Bonteheuvel en Manenberg: sloppenwijken die berucht zijn om hoge criminaliteit en slechte leefomstandigheden.

De benaming is overigens erg logisch: het was namelijk letterlijk een shipping van/naar een town.

Felicia Esau
Felicia (17) heb ik leren kennen door een vrijwilligersproject waar ik toen aan mee deed; SHAWCO. Dit programma regelt dat uitwisselingsstudenten naar een school in een van de townships kunnen en hier met de kinderen dan rekenen, lezen, tekenen of sporten. Een naschoolse opvang als het ware. Aan dit project deed Felicia ook mee als vrijwilliger en ik merkte al gauw dat de kinderen meer naar haar luisterden dan naar mij of wie dan ook. “Felicia, heeelp, ik krijg ze niet stil!” was geen uitzondering. Eén keer “gaan sit!” van Felicia en iedereen ging braaf zitten. “Dat komt omdat ik iedereen ken. Ik kom hier vandaan, dus ken alle kinderen al van kleins af aan”, zegt ze terwijl we naar haar huis toe lopen. Ze woont samen met haar moeder, stiefvader, zusjes en broertje in Manenberg. Ze heeft me overigens net van het politiebureau opgehaald waar we hadden afgesproken, dus mijn avontuurlijke rit zit erop.

Ze vertelt me dat ze al van kleins af aan naar SHAWCO gaat. Toen ze ouder werd, wilde ze zelf vrijwilliger worden. “Ik vind het heel leuk. Iedereen kent me hier. De medewerkers, de kinderen, de uitwisselingsstudenten. En iedereen zegt dat ik zo goed ben met de kinderen en ze vragen om mijn hulp, als ze niet luisteren.”

Ook houdt het haar bezig. Ze vertelt me dat het wel eens lastig is. “Soms is het moeilijk om de ‘good girl’ te zijn, vooral met mijn vrienden. Een paar van mijn vrienden zitten in gangs. Dat vinden ze cool. Hoe ik het bekijk, is het slecht. Ik wil niet in een gang, want ik wil iets met mijn leven doen. Ik wil er echt iets van maken. Ik zie dat de meeste kinderen die in gangs zitten het niet redden. Daarom probeer ik me te focussen op school, want ik wil niet in die wereld terechtkomen. Van drugs en alcohol enzo.. Soms vragen vrienden waarom ik niet eens gewoon mee ga smoken etc, maar ik weet dat het uiteindelijk erger is als ik niet naar school ga.”

Ondanks dat de apartheid officieel afgeschaft is, zijn naar mijn mening de gevolgen van de rassensegregatie onder dit voormalige regime nog duidelijk te zien. Je kijkt toch wel op als een blank iemand de minibus neemt. Dat zie je niet veel. En niemand die zomaar naar een township gaat. Felicia zegt: “Mensen zijn bang dat ze verkracht of bestolen worden als ze hier komen, net zoals die taxi-chauffeur”. Overigens is daarin geen onderscheid in blank of niet-blank. Weinigen gaan graag naar een township. Met die chauffeur refereert ze naar een incident van twee weken terug. Ze was met mij in de stad uit eten geweest en ik had een taxi gebeld zodat zij terug naar huis kon. Toen ik vertelde dat zij naar Manenberg moest, kreeg deze volwassen meneer een angstige blik in zijn ogen en weigerde te gaan. “Als ik daar naartoe rijd, kom ik nooit meer terug!” Pas toen ik zei dat ik dan maar mee zou gaan – wat zou ík nou in godsnaam doen als we werden overvallen – stemde hij in.

Wanneer ik vraag wat ze later wilt worden en wat ze hoopt te bereiken, komt er een verhaal uit waarvan ik het zonde zou vinden deze te interpreteren of vertalen. Zodoende:

“I just hope for myself the best in life. I always tell myself: I really want to do something. Even though I don’t have the money or something to go to university. It’s always my aim to go somewhere, to be somewhere in life.

My mother always tells me I have to work hard, because she doesn’t want to see us go through the same thing that she went through. That’s always my memory: I want to be someone. She tells me that even though there isn’t money, somehow god will help me to get there. And that’s always how I feel.  I always try to put on a smile. I try to do my best in school, try to get out of the circumstances. Because I see people who didn’t finish school and I see how their life is now. I don’t want to be the same person. I want to do something with my life.”

Wijs meisje. Mijn hart heeft ze in ieder geval veroverd. De minibus-rit was het dan ook honderd procent waard. Wie is jouw inspiratie?

Hoeveel liefde voor dit artikel?
     0votes
Thanks! We zullen er meer liefde in stoppen.

Zonder vragen geen antwoorden!
Bij het WRM magazine onderzoeken we dagelijkse fenomenen waarvan we weten dat ze zo zijn, maar nog niet waarom ze zo zijn.

Alles over WRM? Magazine

Abonneer

Abonneer je nu op de WRM? Nieuwsbrief!